Smeer- en bereidingsvet

Een mespunt smeervet (ongeveer 5 gram) per snede brood en één eetlepel (max. 15 gram) bereidingsvet per persoon voor de warme maaltijd volstaan.

Je kiest best voor een product rijk aan onverzadigde vetzuren (minstens 2/3), dus zacht, vloeibaar of direct smeerbare vetten

De groep smeer- en bereidingsvet is de kleinste groep van de essentiële voedingsgroepen van de actieve voedingsdriehoek. Je lichaam heeft deze vetten nodig omdat ze ons in de eerste plaats energie leveren. Daarnaast zijn ze van belang voor hun aanbreng van essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen (A, D en E).
Onder smeer- en bereidingsvet verstaan we minarines, (vloeibare) margarines, smeervetten met een verlaagd vetgehalte, bak- en braadvetten, boter, (halfvolle) boter en oliën.

Olie en margarine of smeervet rijk aan onverzadigde vetzuren:

  • genieten de voorkeur omdat ze hart- en vaatziekten helpen voorkomen.
  • zijn zacht, vloeibaar of direct smeerbaar, ook wanneer ze uit de koelkast komen.
  • worden vaak in een vlootje verpakt.


Verzadigde vetten

  • minder aan te raden
  • zijn hard en moeilijker smeerbaar
  • meestal in een wikkel verkocht
     

Beperk het gebruik van vetten.

  • Aangezien er in vele voedingsmiddelen (bv. vlees, melkproducten, koekjes…) ook al vet zit, hoef je niet veel smeer- en bereidingsvet meer te gebruiken.
  • Je kan ook omega-3 rijke oliën zoals arachide-olie of koolzaadolie (wel enkel in koude bereidingen) gebruiken in afwisseling met olijfolie.