Foliumzuur - verhoogd risico

Vrouwen met een verhoogd risico op een neuraalbuisdefect of een tekort aan foliumzuur, nemen best een foliumzuursupplement (monoprepraat) met een hoger foliumzuurgehalte (4 mg) en dit ten minste vanaf 1 maand voor tot en met 3 maanden na de zwangerschap.

Dit is het geval als:

  • Je eerder zwanger was van een kindje met een neuraalbuisdefect.
  • ​Jij of je partner zelf een neuraalbuisdefect hadden bij de geboorte
  • Er in je familie neuraalbuisdefecten voorkomen
  • Je anti-epileptica gebruikt, zoals valproaat of carbamazepine
  • ​Je het anti-malaria medicijn Proguanil gebruikt
  • Je diabetes, suikerziekte (type 1 of type 2) hebt
  • Je obesitas, extreem overgewicht (BMI hoger dan 30 kg/m²) hebt,
  • Je een "malabsorptie ziekte", zoals coeliakie hebt
  • Je Thalassemie of sikkelcelanemie hebt
  • Je sulfasalazine gebruikt tijdens de zwangerschap

Risicogroepen die in aanmerking komen voor een verhoogde dosis foliumzuur (4 mg)

Als je tot één van  de groepen hieronder behoort, bespreek je dit best met je vroedvrouw, huisarts, specialist of gynaecoloog. Er wordt dan ook een hogere dosis foliumzuur (4mg per dag) aanbevolen.

 

  • Voorgeschiedenis van een neuraalbuisdefect bij vrouw of partner

Als je bij eerdere zwangerschappen problemen gehad hebt met neuraalbuisdefecten of als je bij je geboorte zelf een neuraalbuisdefect had, moet je een hogere dosis foliumzuur innemen. Bespreek dit met je huisarts of gynaecoloog.
 

  • Neuraalbuisdefecten in je familie

Als je tot een van de groepen hieronder behoort, bespreek je dit best met je huisarts of gynaecoloog. Ook hier kan de hogere dosis foliumzuur aangewezen zijn.

  • Je hebt ouders of familieleden van de 1e of 2e graad die zelf een neuraalbuisdefect hadden bij de geboorte;
  • Je hebt ouders of familieleden van de 1e of 2e graad die een voorgaande zwangerschap met een neuraalbuisdefect hadden.

               Opmerking:

  • 1e graad: dichte bloedverwanten zoals ouders of kinderen
  • 2e graad: bloedverwanten zoals broers, zussen, grootouders, kleinkinderen, ooms, tantes, neven en nichten (kinderen van je broers of zussen), en halfbroers of halfzussen
     
  • Gebruik van anti-epileptica

Vrouwen die geneesmiddelen tegen epilepsie gebruiken, bv. valproaat en carbamazepine,  komen in aanmerking voor een hogere dosis foliumzuur. Anti-epileptica verhogen het risico op neuraalbuisdefecten.
Je neuroloog zal bekijken of het mogelijk is om tijdelijk te stoppen met anti-epileptica of om de dosis te verminderen of om van medicatie veranderen. Het is mogelijk dat hierbij het foliumzuurgehalte in je bloed gemeten wordt (zie ook epilepsie - zorgverlener).

 

  • Proguanil (anti-malaria medicatie)

Wanneer je naar een malariagebied gaat en zwanger wil worden, bespreek je dit best met je huisarts of gynaecoloog.  
Als je het anti-malariamiddel Proguanil neemt, zal je een hogere dosis foliumzuur (4 mg)  moeten innemen (zie ook reizen).

 

  • Diabetes (type 1 en type 2)

Diabetes of suikerziekte, zowel voor als tijdens de zwangerschap, verhoogt het risico op neuraalbuisdefecten of andere geboortedefecten. Naast de inname van 4mg foliumzuur elke dag, is het zeer belangrijk je suikerspiegel onder controle te houden voor en tijdens de zwangerschap.
Als je diabetes hebt, bespreek je dit best met je endocrinoloog, eventueel samen met je gynaecoloog (zie diabetes - zorgverlener).

 

  • Obesitas

Obesitas (Body Mass Index > 30 kg/m2) vergroot de kans op neuraalbuisdefecten of andere geboortedefecten. Hoe hoger je gewicht, hoe groter het risico. Als je obesitas hebt, bespreek je best het foliumzuurgebruik met je huisarts of gynaecoloog.
Daarnaast is het belangrijk gewicht te verliezen door een gezonde, evenwichtige voeding, lichaamsbeweging en verandering in leefstijl. Je gebruikt best anticonceptie tot je je streefgewicht hebt bereikt (zie obesitas).
 

  • Malabsorptie ziekten (zoals coeliakie)

Bij malabsorptie ziekten wordt foliumzuur slechter opgenomen in het lichaam. Hierdoor is er dus meer kans dat je foliumzuur tekort hebt en dus meer kans hebt op neuraalbuisdefecten bij je baby. Een bekend voorbeeld van een malabsorptieziekte is Coeliakie.
Ook bariatrische heelkunde, zoals een gastric bypass, wordt gelinkt aan een verhoogd risico op neuraalbuisdefecten.

Als je deze of een andere malabsorptieproblemen hebt of sulfasalazine tijdens de zwangerschap gebruikt, bespreek je dit best met je specialist (gastro-enteroloog), eventueel samen met je huisarts of gynaecoloog.
 

  • Thalassemie of sikkelcelanemie

Bij mensen met thalassemie en sikkelcelanemie zien we een groter verlies van het ingenomen foliumzuur door de afbraak van rode bloedcellen.

  • Thalassemie:  neem gedurende de volledige zwangerschap 4mg foliumzuur;
  • Sikkelcelziekte/anemie: neem levenslang  4mg foliumzuur;

Als je een van deze ziektes hebt, bespreek je best het foliumzuurgebruik met je specialist (hematoloog), eventueel samen met je huisarts of gynaecoloog.

 

  • Gebruik van sulfasalazine tijdens zwangerschap

Wanneer je het geneesmiddel sulfasalazine tijdens je zwangerschap zou willen gebruiken, bv door malabsorptie-aandoeningen of artritis, zal je een verhoogde dosis foliumzuur (4 mg) moeten innemen.