Röntgenstraling - Zorgverlener

Advies

Preconceptionele lage dosis ioniserende straling en niet-ioniserende straling zijn niet geassocieerd met verminderde vruchtbaarheid en afwijkingen bij het kind (NHG).

Straling wordt vaak onderverdeeld in ioniserende en niet-ioniserende straling afhankelijk van de energie per deeltje.
Dit onderscheid is van belang voor de gevaarlijkheid van de straling. Bij ionisatie blijven elektrisch geladen deeltjes of ionen achter die chemische veranderingen in de bestraalde molecule kunnen veroorzaken. Deze straling is vaak gevaarlijker voor organismen.

 

Ioniserende straling

Er is geen onderzoek dat aantoont dat factoren zoals lage dosis ioniserende straling preconceptioneel belastend zijn, hetgeen wel gevonden is voor de zwangerschap (NHG). Tijdens de zwangerschap kan ioniserende straling schadelijk zijn voor de het ongeboren kind. De kwetsbaarheid is het grootst gedurende de eerste twintig weken van de zwangerschap. Het kan leiden tot miskraam, aangeboren defecten (bijvoorbeeld beschadiging van het centrale zenuwstelsel) tot vorming van maligne tumoren en groeivertraging. In het algemeen geldt dat misvormingen pas optreden bij zeer hoge dosissen (geabsorbeerde dosis meer dan 100 tot 200 mGy). Deze doses komen bij de meeste goed uitgevoerde medisch-diagnostische onderzoeken niet voor.

Voorbeelden:

  • Natuurlijke achtergrondstraling
  • Kerncentrales
  • Gebruik van beeldvormingstechnieken
    • Radiografie
    • Radioscopie
    • CT-scan
    • Planaire scintigrafie
    • Single-Photon Emission Computed Tomography (SPECT)
    • Positron Emission Tomography (PET)

 

Niet-ioniserende straling

Beeldschermen, magnetrons en soortgelijke stralingsbronnen zijn niet bewezen schadelijk voor de vruchtbaarheid en de zwangerschap (NHG). Van de fysische invloed van magnetische velden en elektromagnetische straling  (bv. GSM) is het niet duidelijk of ze gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Er gelden preconceptioneel en voor zwangeren geen specifieke adviezen (NHG).