Foliumzuur - Bijkomende informatie - zorgverlener

 

Historiek van foliumzuur ter preventie van Neuraalbuisdefecten (NBDs)

Foliumzuur werd voor het eerst gelinkt aan de preventie van Neuraalbuisdefecten (NBDs) in 1964 (Hibbard, 1964). Deze vitamine (B9) blijkt zowel preventief tegen het voorkomen en het opnieuw hebben van een baby met een neuraalbuisdefect (De-Regil et al, 2010; Lumley et al, 2001). Evidentie voor deze relatie werd pas duidelijk met de baanbrekende studies van Laurence et al. (1981) en de MRC Vitamin Research group (1991) over het opnieuw voortbrengen van NBDs, en de RCT van Czeizel & Dudas (1992) over het voorkomen van NBDs.
 

Andere mogelijke effecten van foliumzuur

Allergische reacties op foliumzuur zijn zeldzaam, maar kunnen voorkomen (Leathern, 1984; Wilson et al, 2003).

Een gebrek aan foliumzuur voor en tijdens de zwangerschap zorgt mogelijk ook voor andere complicaties, zoals extra uteriene zwangerschap, spontane abortus (miskraam), doodgeboorte, neonatale mortaliteit, loslating of een infarct van de placenta, pre-eclampsie, prematuriteit, dysmaturiteit, beperke groei (foetus en kind),  astma (of mildere vormen), allergie, eczema, (megaloblastische) anemie en cognitieve problemen (vertraagde spraakontwikkeling en minder goede schoolresultaten) (Talaulikar & Arulkumaran, 2011; Fekete et al., 2012; Rumbold et al., 2011; Ramakrishnan et al., 2012). De conclusies zijn hier evenmin eenduidig en de effecten van foliumzuur eerder niet dan wel significant (Haider et al., 2012; Lassi et al., 2013; Burdge & Lillycrop, 2012; en de hiervoor genoemde referenties).

Een gebrek aan foliumzuur bij vrouwen én mannen in het algemeen wordt ook soms gerelateerd aan kanker (borst, pancreas, maag, long, baarmoederhals, slokdarm, hoofd, nek, dikke darm, slokdarm, lever, leukemie), cardiovasculaire ziekten, anemie, hartaanval, depressie, ziekte van Alzheimer, dementie, schizofrenie en fertiliteitsproblemen (Talaulikar & Arulkumaran, 2011; Iyer & Tomar, 2009; Glynn, 1994). Binnen dit gegeven is er eveneens heel wat inconsistentie zoals in het geval van kanker (dikkedarmkanker bijvoorbeeld; Kennedy et al, 2011; WCRF⁄ AICR, 2007) en hartaanvallen (Miller et al., 2010; Wald & Morris, 2002). Waar sommigen stellen dat foliumzuur geen effect heeft op kanker (Clarke et al., 2010; Wien et al., 2012), zien anderen een duaal effect van foliumzuur, waarbij een te lage, maar ook een te hoge inname een negatief effect kunnen hebben, afhankelijk van de timing en de duur van gebruik (McNulty & Scott, 2008; Ulrich & Potter, 2006)(zie ook ‘bovengrens’).
 

Vorm - Type

Hoewel er soms voorkeur gegeven wordt aan een multivitamine met foliumzuur (Health Canada; SOCG), omdat het mogelijks effectiever is (Czeizel & Banhidy, 2011), omdat andere vitaminetekorten (zoals B-vitamines) geassocieerd worden aan geboortedefecten zoals een NBD, lip- of gehemeltespleet en hartdefecten (Smithells et al, 1976;  Wang et al, 2012; Ramakrishnan et al, 2012; Czeizel & Banhidy, 2011; Krapels et al, 2004; Verkleij-Hagoort et al, 2008) en omdat een foliumzuursupplement (zonder vitamin B12) een tekort aan vitamine B12 kan maskeren (Czeizel et al, 2011), is er geen sluitende evidentie dat een multivitamine met foliumzuur beter is ter preventie van NBDs.

Er wordt voorkeur gegeven aan een dagelijkse dosis foliumzuur omdat hierdoor de aanbevolen bloedconcentraties van folaat sneller bereikt worden (Rosenthal et al, 2008). Hoewel een wekelijkse inname(2.8 of 4.0 mg) mogelijk ook effectief is (Martinez-de Villareal et al, 2002; Norsworthy et al, 2004), is er nog onvoldoende evidentie om dit te ondersteunen.

Andere types naast een foliumzuursupplement, zoals verplichte fortificatie, oraal anticonceptiemiddel met foliumzuur, 5-methyl-tetrahydrofolate (5-MTHF) en diversificatie van het voedingspatroon worden niet aangeraden of zijn niet van toepassing:

  • Uit meta-analyses blijkt dat een verplicht fortificatiebeleid waarbij (graan)producten met foliumzuur verrijkt worden, als een effectieve strategie beschouwd kan worden (Blencowe et al., 2010; Imdad et al., 2011). Aangezien in Vlaanderen maar een heel beperkt aantal producten vrijwillig verrijkt worden met foliumzuur, wordt dit niet aangeraden als alternatief voor foliumzuursuppletie.
  • Andere mogelijkheden om extra foliumzuur in te nemen, zoals een oraal anticonceptiemiddel met foliumzuur, 5-methyl-tetrahydrofolate (5-MTHF) en het diversifiëren van het voedingspatroon door het stimuleren van folaatrijke voeding, hebben potentieel maar er is te weinig evidentie (Holzgreve 2010)(De-Regil et al., 2010) en een gebrek aan vergelijkende studies (Wolff et al., 2009) om deze types als een volwaardig alternatief voor foliumzuursuppletie te zien.
  • Hoewel het consumeren van folaatrijke producten (zoals groene bladgroenten en citrusvruchten (zie https://www.nubel.be) past binnen de visie van de actieve voedingsdriehoek, moet het als een additionele vorm van folaatinname gezien worden, eerder dan de enige optie om extra foliumzuur in te nemen. In Vlaanderen is de folaatinname via het dieet immers ontoereikend (d.i. ongeveer de helft van de dagelijks aanbevolen inname van folaat).
     

Risicofactoren voor NBDs met onvoldoende bewijs om een verhoogde dosis te rechtvaardigen

  • Medicatie bij vruchtbaarheidsbehandeling, anti-acne medicatie en anti-tumor medicatie (zoals clomiphene, retinoiden en etretinate)
  • Leverziekte en nierfalen
  • Andere medicatie (zoals trimethoprim, phenobarbitol, primidone, diphenylhydantoin, oxcarbamazepine, sulfonamides and methotrexate)(Talaulikar & Arulkumaran, 2011; Ministry of Health, 2012)
  • Post-bariatrische chirurgie, zoals maagverkleining (ACOG, 2009; Kushner, 2000; Kaska et al., 2013; Edwards, 2005)
  • Hyperthermie (Moretti et al., 2005) en andere types van hitteblootstelling (griep of koorts en/of anti-koortsmiddelen, sauna of elektrisch deken)(Milunsky et al., 1992; Li et al., 2007). Foliumzuurinname zou het effect van hitteblootstelling op NBDs kunnen beïnvloeden
  • Alcoholgebruik (Hutson et al., 2012; Health Canada)
  • Specifieke rassen/etniciteit (oa. Sikh, Aziatisch)(ICSI, SOCG, Lawrence et al., 2006 ; Botto et al., 1999 ; Yang et al., 2007). Ook het foliumzuurgebruik van deze groepen ligt gemiddeld lager.
     

Andere factoren die geassocieerd worden aan een verhoogd risico op NBD en een verhoogde dosis foliumzuur

  • Andere vitamines, zoals vitamine A, B2, B3 (niacine), B6 en B12, en mineralen zoals ijzer, magnesium en zink  (Ramakrishnan et al., 2012; Czeizel & Banhidy, 2011; Groenen et al., 2004; Velie et al., 1999)
  • Blootstelling aan organische solventen (Desorsiers et al, 2012), Mancozeb (Nordby et al., 2005)