Toxoplasmose of kattenziekte - Zorgverlener

Advies

Gezien de relatief hoge prevalentie in België, is het systematisch aanbieden van informatie over preventiemaatregelen tegen toxoplasmose aan alle niet-immune vrouwen aan te bevelen. Een eenmalig serologisch onderzoek voor of aan het begin van de zwangerschap kan nuttig zijn als dit seronegatieve vrouwen kan motiveren voor het nemen van de preventieve maatregelen en seropositieve vrouwen kan geruststellen (Domus Medica/KCE).

Indien geen bewijs bestaat van een vroegere bepaling die anti-toxoplasmose-IgG aantoont, doet men preconceptioneel een bloedafname naar antistoffen voor toxoplasmose (Domus Medica/KCE).
Bij seronegatieve status voor toxoplasmose geeft men informatie over hygiënische (voornamelijk voedingsgebonden) maatregelen (Domus Medica).

Toxoplasmose is een voedselgebonden infectie die veroorzaakt wordt door de parasiet Toxoplasma gondii (T. gondii). Katachtigen zijn de eindgastheer voor deze parasiet, hoewel zo goed als alle vogels en zoogdieren geïnfecteerd kunnen worden. Katten ontwikkelen slechts zelden klinische tekens bij infectie van T. gondii.

Er zijn 3 primaire besmettingroutes voor toxoplasmose bij de mens:

  • Inname van weefselcysten in rauw of onvoldoende gaar vlees afkomstig van geïnfecteerde dieren
  • Inname van voedsel of water besmet met oöcyten afkomstig van kattenfeces (onder gecontamineerd voedsel verstaat men voedsel bevuild door aarde, zoals ongewassen fruit en groenten)
  • Congenitaal: dit gebeurt wanneer de vrouw tijdens de zwangerschap primair geïnfecteerd geraakt en de parasiet transplacentair doorgeeft aan de foetus. Men spreekt in dit geval van congenitale toxoplasmose. Een infectie kan leiden tot een spontane abortus of ernstige congenitale afwijkingen.

In 80-90% van de gevallen is toxoplasmose asymptomatisch. Eventueel kunnen zich griep- of mononucleose-achtige symptomen voordoen zoals lymfadenopathie, lichte koorts, vermoeidheid, malaise, spierpijn, enz.

Vrouwen die voor hun zwangerschap nog geen toxoplasmose doormaakten, zijn vatbaar voor infectie. De zwangerschapsduur op het moment van infectie bepaalt de grootte van de kans op transmissie van Toxoplasma gondii van moeder naar baby. De transmissiekans bedraagt 0-10% in het eerste zwangerschapstrimester (0-12 weken), 30% in het tweede trimester (13-26 weken) en 35-60% in het derde trimester (27-40 weken). De ernst van de infectie is, gezien de kwetsbaarheid van het zich ontwikkelende orgaansysteem, het hoogst in het eerste trimester met eventueel ernstige congenitale afwijkingen en spontane abortus. Infectie in het tweede of derde trimester verloopt vaak asymptomatisch bij de geboorte, hoewel er ook hier milde tot meer ernstige manifestaties kunnen zijn.  Soms komen de afwijkingen pas later tot uiting.  

Bij het vaststellen van een seroconversie gedurende de zwangerschap is het niet mogelijk om te bepalen of de primaire infectie plaats vond gedurende deze zwangerschap noch tot 12 maanden voor de zwangerschap (NICE). Toxoplasmose IgM-bepalingen zijn niet geschikt voor het vaststellen van recente infecties doordat IgM lang aantoonbaar blijkt te zijn bij een aanzienlijk deel van de geïnfecteerde bevolking zelfs nog 2 jaar na seroconversie. Serologiebepalingen tijdens de zwangerschap kunnen om deze reden onrust geven. Er zijn dan herhaalde bepalingen nodig om vast te stellen of er een recente infectie aanwezig is (NHG).

De specificiteit van de beschikbare immunologische tests is laag en de incidentie van de infectie tijdens de zwangerschap is niet hoog (2-8 op 1.000). Bovendien is de kans op een ernstige ziekte klein tegenover reëel foetaal verlies als gevolg van een vruchtwaterpunctie (Domus Medica). Een primo-infectie bij de moeder voor de zwangerschap vormt weinig of geen risico voor de foetus. Een infectie enkele weken voor de bevruchting leidt zeer zelden tot congenitale infectie en de transmissie in de eerste weken van de zwangerschap bedraagt slechts een aantal procent.

Antenatale behandeling van de zwangere met een seroconversie blijft controversieel omdat niet vaststaat dat behandeling een congenitale transmissie van toxoplasmose reduceert, noch dat het iets zou veranderen aan de klinisch waarneembare toxoplasmose (Domus Medica). Internationaal is er een groeiende evidentie dat routinematig screening op toxoplasmose tijdens de zwangerschap niet zinvol is (onzekerheid omtrent het nut van screening). Bij seronegatieve vrouwen is het nemen van preventieve maatregelen het belangrijkste. Deze maatregelen moeten tot het eind van de zwangerschap worden voortgezet (Domus Medica/NICE/NHG). Uit onderzoek blijkt dat 30 tot 63% van toxoplasmose bij zwangere vrouwen valt toe te schrijven aan besmetting via het eten van vlees en 6 tot 17% aan grondcontact. Van 14 tot 49% is de oorzaak onbekend, maar hierbij kan gedacht worden aan opname via onvoldoende gewassen groente en reizen naar het buitenland (NHG).

Preconceptioneel toxoplasmoseserologie kan worden  aangeraden om onbeschermde vrouwen te identificeren en motiveren tot het nemen van preventieve maatregelen. Bovendien kunnen vrouwen die beschermd zijn worden gerustgesteld en gelden voor deze vrouwen minder strenge voedingsadviezen.

Voor publiek