Medicatie - Zorgverlener

Advies

Het gebruik van alle medicatie zowel op voorschrift, vrij verkrijgbaar, alsook vitaminen en kruiden dienen preconceptioneel bevraagd te worden (AJOG).

Idealiter wordt er geen medicatie ingenomen voor en tijdens de zwangerschap.  Indien medicatie noodzakelijk is, dient er altijd een afweging te worden gemaakt tussen het effect van het geneesmiddel op de zwangerschap tegenover het effect van de ziekte op de zwangerschap. Hierbij speelt de ernst van de aandoening een rol. Het is een afweging die steeds individueel en samen met de patiënt gebeurt (NHG, NICE, AJOG).

Algemeen

Ongeveer 10% van de congenitale afwijkingen zou te wijten zijn aan exogene factoren zoals roken, alcohol, drugs, straling, chemicaliën, (infectie)ziekten, maar ook medicatie.

Verschillende factoren liggen aan de basis van een aangeboren afwijking als gevolg van medicatie (Cybele):

  • Het tijdstip van toediening (het ontwikkelingsstadium van de foetus)

    • Tijdens de organogenese (week 4 - 10) kan het embryo vooral morfologisch beschadigd worden

    • Vanaf week 10 tot het einde van de zwangerschap is er minder gevaar voor misvormingen, maar worden functionele beschadigingen belangrijker door interferentie van sommige geneesmiddelen met de differentiatie en de groei van de organen (zie coumarines en ACEI)

  • De dosering en de duur van de behandeling

    • Bij sommige geneesmiddelen verhoogt een toegenomen dosering de kans op misvormingen en ontwikkelingsstoornissen

    • Andere geneesmiddelen hebben een 'no effect level' . Dit is een drempelwaarde waaronder het geneesmiddel geen schadelijke effecten heeft zoals bij vitamine A.

Aangezien sommige geneesmiddelen in het verleden onverwacht ernstige schade aan de vrucht hebben veroorzaakt (vb. thalidomide), is het toxicologisch onderzoek met nieuwe geneesmiddelen sterk uitgebreid. Van de meeste nieuwe producten bestaat er amper onderzoek op de mens en blijft de kennis over de effecten op de zwangerschap beperkt (NHG, Cybele). Van een aantal medicamenten is duidelijk dat zij teratogeen zijn. Omgekeerd is het moeilijk om te bewijzen dat een geneesmiddel veilig gebruikt kan worden (NHG, AJOG).  Bij de keuze voor een geneesmiddel dient de doeltreffendheid steeds te worden afgewogen tegenover het nooit volledig uit te sluiten risico van teratogeniciteit en embryotoxiciteit. Het kritisch en bewust voorschrijven van bewezen ' veilige' geneesmiddelen, in de kleinste dosering en indien de voordelen opwegen tegenover de nadelen, beperkt in ruime mate het risico (NHG, AJOG, NICE).

De kennis over het effect van medicatie bij de man is beperkt. Sommige geneesmiddelen hebben invloed op de spermatogenese, maar tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat blootstelling aan medicatie aangeboren afwijkingen geven bij de foetus. Dit geldt ook voor het gebruik van cytostatica (NHG).
 

Bewezen teratogene geneesmiddelen bij de vrouw

  • isotretinoïne

  • ACE-remmers

  • statinen

  • androgenen/testosteronderivaten

  • carbamazepine

  • cumarinen

  • foliumzuurantagonisten

  • thalidomide

  • lithium

  • fenytoïne

  • streptomycine

  • tetracyclinen

  • valproïnezuur

  • antidepressiva

  • NSAID’s

  • methotrexaat

  • leflunomide

     

  • Isotretinoïne is een sterk teratogeen en embryotoxische acné behandeling. Gedurende de volledige duur van de behandeling alsook één maand na het stoppen van de behandeling dient doeltreffende anticonceptie (best met twee verschillende methoden) gebruikt te worden. Het is dus belangrijk om minimum één maand met isotretinoïne gestopt te zijn alvorens zwanger te worden (www.bcfi.be, NHG).
     

  • Antidepressiva. Een teratogeen effect kan voor geen enkel antidepressivum uitgesloten worden. Voor paroxetine zijn er vermoedens van majeure cardiale afwijkingen bij de foetus (www.bcfi.be). Anderzijds heeft een onbehandelde depressies ook een negatieve invloed op zwangerschap. Individueel dient afgewogen te worden of de medicatie preconceptioneel afgebouwd, aangepast of verder gezet moet worden.
     

  • Bij het gebruik van anti-epileptica (valproïnezuur) dient de medicatie afgestemd in functie van de zwangerschap.
     

  • Gebruik van NSAID’s zijn afgeraden tijdens de zwangerschap. In het begin van de zwangerschap zou er een verhoogd risico zijn op spontane abortus en hartafwijkingen. In de tweede helft van de zwangerschap worden NSAID’s geassocieerd met een vertraagde weeënactiviteit (en dus verlenging van de zwangerschap en partus), bloeding tijdens de bevalling, vervroegde sluiting van ductus arteriosus en pulmonale hypertensie (www.bcfi.be, NHG). Zelfs bij kortdurend gebruik kunnen bij de foetus en pasgeborene nierinsufficiëntie en hartfalen optreden (www.bcfi.be). Paracetamol lijkt wel veilig tijdens de zwangerschap en borstvoeding en mag zonder overleg gebruikt worden als men zich aan de dosering houdt (NHG, www.bcfi.be).

  • Bij gebruik van een disease-modifying antirheumatic drugs (DMARD’s) zoals methotrexaat of leflunomide door man of vrouw wordt conceptie afgeraden (NHG).

    • Bij methotrexaat is doeltreffende anticonceptie aanbevolen gedurende de volledige duur van de behandeling alsook na stoppen van de behandeling: voor de vrouwelijke patiënten tot minstens één ovulatoire cyclus na stoppen; voor de mannelijke patiënten tot 3 maanden na stoppen.

    • Bij leflunomide is anticonceptie vereist gedurende de volledige duur van de behandeling, en tot 2 jaar na stoppen ervan. Leflunomide is ook gecontra-indiceerd tijdens de borstvoeding (www.BCFI.be).

Deze lijst is niet limitatief. Geneesmiddelen die hier niet worden genoemd zijn niet per definitie veilig voor de zwangerschap (NHG).

Meer informatie

Meer informatie over geneesmiddelen voor en tijdens de zwangerschap en borstvoeding: