Depressie en angststoornissen - Zorgverlener

Advies

Bij een huidige ernstige depressie met medicamenteuze behandeling en zwangerschapswens, weeg individueel af of het wenselijk is preconceptioneel de medicatie aan te passen, de dosering te verlagen, te stoppen of het gebruik verder te zetten (NHG). Verwijs door naar de psychiater (NICE, ICSI) en gynaecoloog.

Depressies en angststoornissen komen tegenwoordig veel voor bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Eén op vijf vrouwen en één op tien mannen ervaren minstens gedurende een beperkte periode in hun leven depressieve problemen (Domus Medica depressie). Ze kunnen bovendien recidiveren tijdens zwangerschap en/of postpartum (NHG). Risicofactoren voor antepartum depressie zijn onder andere een voorgeschiedenis van depressie, tekort aan sociaal netwerk, ongeplande zwangerschap, huiselijk geweld, lager inkomen, lager opleidingsniveau, roken, alleenstaand en relationele problemen (ICSI).

Het vermoeden op depressie wordt versterkt door een bevestigend antwoord op de vragen (Domus Medica depressie, NICE):

  1. Ben je de voorbije twee weken frequent gehinderd door depressieve gevoelens of hopeloosheid?
  2. Ben je de voorbije twee weken frequent gehinderd door weinig interesse of plezier in de dingen die je deed?
  3. Indien het antwoord ‘ja’ is, een derde vraag: Zou je hiervoor hulp wensen?

Het systematisch screenen bij alle vrouwen met meer uitgebreide en op depressie gestandaardiseerde vragensets is, zeker in de eerste lijn, niet nuttig (Domus Medica depressie).

 

Perinatale complicaties


Depressie in de zwangerschap wordt geassocieerd met prematuriteit, lager geboortegewicht, lagere Apgarscores en postpartumdepressie. Daarnaast worden bij het kind cognitieve en gedragsproblemen gevonden op korte en langere termijn. Bovendien kunnen depressie en angststoornissen tijdens de zwangerschap een impact hebben op het gezinsleven, de relatie tussen moeder en kind en, door hechtingsproblemen en de toekomstige geestelijke gezondheid van het kind (NHG).

 

Behandeling
 

  • De niet-medicamenteuze aanpak

Deze aanpaak door de huisarts omvat minimaal (Domus Medica depressie):

  • Het in kaart brengen van klachten, uitlokkende en beschermende factoren
  • De psycho-educatie
  • De activering van de patiënt

 

  • De medicamenteuze aanpak

Enkel bij ernstige depressie worden antidepressiva aanbevolen (Domus Medica depressie). Voor geen enkele antidepressiva kan echter een teratogeen effect uitgesloten worden (BCFI). Gebruik van sommige antidepressiva zouden een hogere kans op een kind met een aangeboren afwijking kunnen geven (NHG). De literatuur is hierover niet eenduidig.  

Na blootstelling aan paroxetine in het eerste trimester (NHG, BCFIraadt het volledig af) van de zwangerschap zou er een vermoeden zijn van majeure cardiale afwijkingen bij de foetus (BCFI). Er kunnen bovendien ontwenningsverschijnselen optreden bij pasgeborenen van wie de moeders tijdens de zwangerschap SSRI’s hebben ingenomen. Als er een SSRI in de zwangerschap gebruikt moet worden dan is er de meeste ervaring met fluoxetine, citalopram en sertraline. Van het laatste middel is bekend dat ze ook tijdens lactatie gebruikt kunnen worden (NHG).

Voor de tricyclische middelen (TCA) bestaan geen aanwijzingen dat zij aangeboren afwijkingen geven. Later in de zwangerschap is het belangrijk om spiegels van tricyclische antidepressiva te controleren in verband met veranderde farmacokinetiek. Hier werd de meeste ervaring opgedaan met amitriptyline, clomipramine, imipramine of nortriptyline (NHG). BCFI raadt antidepressiva af gedurende de ganse duur van de zwangerschap.

Daarentegen hebben onbehandelde depressies ook een negatieve invloed (NHG) op de zwangerschap zoals minder bewuste zwangerschapsopvolging, drugsgebruik en verminderde eetlust, waardoor het risico op placentaloslating, preterme bevalling en  verminderde gewichtstoename of- foetale groeiretardatie toeneemt (ICSI). Stoppen of verminderen met antidepressiva zou gepaard gaan met een hoger percentage terugval en herstart van de medicatie. Geadviseerd wordt om individueel de risico’s van het verder zetten en stoppen van de medicatie af te wegen. Wijziging in de therapie kan wel enige maanden vergen (NHG).

Meer informatie
  • Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg (www.vvgg.be)